naar boven

logo-ingeborg-douwes-centrum

  • ingeborg-douwes-centrum-01

  • ingeborg-douwes-centrum-02

  • ingeborg-douwes-centrum-03

  • ingeborg-douwes-centrum-05

  • ingeborg-douwes-centrum-06

Jaarlijks krijgen circa 9000 gezinnen met thuiswonende kinderen te maken met kanker. Niet alleen voor degene die ziek is, maar ook voor de rest van het gezin wordt plotseling alles anders.

De diagnose kanker komt hard aan. Dat je verdrietig, bezorgd en bang bent zal iedereen begrijpen. Je kunt echter ook emoties ervaren die wat minder voor de hand liggen, zoals boosheid of jaloezie. Of zelfs een tijdje helemaal niets voelen. Ook dat is normaal en absoluut niet iets om je voor te schamen.

Volwassen zorgen

Terwijl voor jullie gezin de wereld in één klap tot stilstand komt, draait deze daarbuiten gewoon door. Dat leidt soms tot lastige situaties. Leeftijdsgenoten zijn met heel andere dingen bezig en kunnen zich niet altijd iets voorstellen bij de ‘volwassen’ zorgen die jou bezighouden. Misschien word je er zelfs wel mee gepest, of wordt er op school gescholden met kanker. Binnen het gezin kunnen strubbelingen ontstaan doordat niet iedereen op dezelfde manier met de situatie omgaat. Los van alle onrust die kanker in het gezin veroorzaakt, ben je ook nog gewoon bezig met opgroeien. Dan baal je misschien wel eens van de spanningen thuis, of voel je jaloezie als je zieke broertje of zusje veel meer aandacht krijgt dan jij. Of ga je liever met je vrienden op stap dan op ziekenbezoek bij je oma. Het is belangrijk dat je weet dat ‘foute’ gevoelens en gedachten niet bestaan. En dat je terecht kunt bij het Ingeborg Douwes Centrum.

Veilige omgeving

In het Ingeborg Douwes Centrum kun je in een veilige omgeving je verhaal kwijt. De psychologen weten wat de impact van kanker is, en zijn gespecialiseerd in rouw- en verliesverwerking bij jongeren. Je kunt met hen over alles praten, en ze luisteren naar je zonder over je te oordelen. Samen met jou gaan ze op zoek naar wat jij nodig hebt om lekkerder in je vel te zitten. Dat kan praten zijn, maar ook bijvoorbeeld iets creatiefs doen, zoals het maken van een speciaal boekje waarin je troost kunt vinden.
Je hoeft bij het vertellen van je verhaal met niemand rekening te houden; alles wat je zegt blijft binnenskamers en de psycholoog is er alleen voor jou. Maar als je dat prettiger vindt, mag je natuurlijk ook je ouders of andere gezinsleden meenemen.

Wanneer kun je hulp gebruiken?

Niet iedereen die met kanker te maken krijgt is in staat om alle gedachten, gevoelens en veranderingen te verweven in het dagelijkse leven. Sommigen weten zich geen raad met de situatie en raken in zichzelf gekeerd, of worden juist heel druk. Weer anderen kunnen zich lange tijd prima handhaven. Bij hen komt het verwerkingsproces pas op gang als de storm weer is gaan liggen. Dat kan jaren later zijn.
Er zijn verschillende signalen die erop kunnen wijzen dat je wel wat hulp kunt gebruiken:

  • je bent (vaak) erg bang
  • je slaapt slecht en/of droomt heftig
  • je hebt buikpijn, hoofdpijn of andere lichamelijke stressklachten
  • je hebt geen trek in eten
  • je weet je geen raad met je verdriet
  • je bent moe en hebt nergens zin in
  • je bent prikkelbaar of snel boos

Herken je één of meer van deze signalen? Neem gerust contact op met het Ingeborg Douwes Centrum om eens kennis te komen maken.

Deze informatie is na te lezen in de folder Kanker in het gezin :-(. Deze kun je downloaden op de pagina met digitale folders.

Online aanmelden

Na aanmelding wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek (meer informatie)

Direct online aanmelden

Sanne (12)

Sanne (12) baalt. Haar klasgenootjes gaan allemaal op vakantie, maar zij moet de hele zomer thuis blijven omdat haar broertje in het ziekenhuis ligt. Sannes ouders begrijpen haar teleurstelling wel, maar vinden het ook pijnlijk dat ze op sommige momenten even geen rekening houdt met haar zieke broertje.
Nadat Sanne, op advies van de psycholoog, een vreselijk boze tekening heeft gemaakt én in honderd stukjes heeft gescheurd, voelt ze zich opgelucht. Natuurlijk begrijpt ze best waarom vakantie er dit jaar niet in zit, maar de frustratie moest er wél even uit.

Micky (17)

De moeder van Micky (17) heeft borstkanker en is vaak erg moe. Voor Micky is het vanzelfsprekend dat ze thuis zoveel mogelijk klusjes overneemt. Ze gaat ook best wel eens met vriendinnen op stap, maar schuldgevoel weerhoudt haar ervan om zich echt te ontspannen.
In een gezamenlijk gesprek met de psycholoog maken Micky’s ouders haar duidelijk dat ze dolblij zijn met haar hulp, maar het óók belangrijk vinden dat ze dingen doet die bij een zeventienjarige horen. Ze spreken af dat Micky op vaste dagen alle zorg – én alle zorgen – loslaat en lekker gaat chillen.

Ralph (14)

Ralph (14) zit al een tijdje niet lekker in zijn vel. Het gaat niet goed op school en thuis heeft hij veel ruzie met zijn moeder. Vier jaar geleden overleed Ralphs vader aan kanker. Ralph heeft die nare periode niet heel bewust meegemaakt, maar denkt dat zijn klachten er misschien mee te maken hebben. Samen met de psycholoog gaat Ralph op zoek naar wat het verlies van zijn vader voor hem heeft betekend. Na een aantal gesprekken wordt helder dat onder zijn boosheid veel verdriet verborgen zit, en dat daarover praten hem goed doet. Sindsdien gaat het thuis en op school een stuk beter.